Evenementen
17.11.2010
Evenementen
Arthis
Het Belgisch-Roemeens Cultureel Huis
en de Club Roemenië-EU
organiseren
INFOSESSIE EN DEBAT
Het vrije verkeer van personen en het recht op werk in de Europese Unie
Woensdag 17 november 2010 om 18.30u.
bij Arthis, Vlaamsesteenweg 33, 1000 Brussel
Met de deelname van :
Mevr. Adina VALEAN - Europees volksvertegenwoordiger - rapporteur pour de implementatie van de E.U.-richtlijn betreffende het vrije verkeer van E.U.-burgers en het verblijf op het grondgebied van lidstaten
Mevr. Lidia SOVA - Roemeense Consul in België
Mevr. Teodora SIMION - Leidend secretaris aan de Roemeense Ambassade te Brussel – verantwoordelijke voor problematieken op de arbeidsmarkt
Mevr. Lili BRETIN - advocate
Inlichtingen en inschrijvingen :
Arthis
Tel/Fax: 0032 2 511 34 20, Email: info@arthis.org
Club România-UE, ioana.gligor@euro-club.org
Het vrije verkeer van personen in de Europese Unie is vastgelegd in de Richtlijn 2004/38/EC van het Europees Parlement en van de Raad van 29 april 2004, houdende het recht van de E.U.-burgers en hun familieleden om zich vrij te bewegen en te verblijven op het grondgebied van de lidstaten.
Synthese
De bestaande wetgeving betreffende het recht tot toegang en verblijf van E.U.-burgers was tot dusver een complex kluwen van twee reglementen en negen richtlijnen. In de huidige richtlijn is dit alles samengebracht tot één tekst. Dit moet de zaken niet alleen voor de burger duidelijker maken, maar ook voor de administraties in de lidstaten, die over de toepassing van deze rechten waken. De richtlijn vereenvoudigt bijvoorbeeld zo veel mogelijk de formaliteiten die E.U.-burgers en hun familieleden moeten vervullen bij een verblijf in het buitenland.
Algemene bepalingen
De huidige richtlijn regelt volgende materi
- de voorwaarden van het verblijfsrecht en het recht op vrij verkeer van E.U.-burgers en hun familieleden ;
- het permanente verblijfsrecht ;
- de beperkingen van bovengenoemde rechten met het oog op de openbare orde, openbare veiligheid en volksgezondheid;
Verblijfsrecht tot drie maanden
Elke E.U.-burger heeft het recht om zich naar een andere lidstaat te begeven, mits hij in het bezit is van een identiteitskaart of een geldig paspoort. In geen enkel geval kan een uitreis- of inreisvisum worden gevraagd. Indien de burger in kwestie over geen reisdocumenten beschikt, stelt het gastland de betrokken persoon binnen redelijke grenzen in de gelegenheid de vereiste documenten te verkrijgen, of zich deze binnen een redelijke termijn te laten bezorgen.
Familieleden die niet de nationaliteit van een lidstaat bezitten, beschikken over dezelfde rechten als de E.U.-burger die ze begeleiden. Ze kunnen onderworpen worden aan de visumplicht voor korte verblijven, overeenkomstig het reglement (EG) nr 539/2001. Een geldige verblijfskaart verleent deze familieleden vrijstelling van de visumplicht.
Verblijfsrecht voor meer dan drie maanden
Het verblijfsrecht voor een periode langer dan drie maanden blijft onderworpen aan bepaalde voorwaarden:
- ofwel het uitoefenen van een activiteit als betaalde of niet-betaalde werknemer.
- ofwel beschikken over voldoende bestaansmiddelen en een ziekteverzekering, zodat men het sociale stelsel van het gastland niet belast tijdens het verblijf. In dit verband mogen de lidstaten geen bedrag vastleggen dat ze als voldoende beschouwen. Ze moeten rekening houden met de persoonlijke situatie van de betrokkene.
- ofwel een opleiding volgen in het statuut van student, en beschikken over voldoende bestaansmiddelen en een ziekteverzekering, zodat men het sociale stelsel van het gastland niet belast tijdens het verblijf
- ofwel familielid zijn van een E.U.-burger die onder één van bovenvernoemde categorieën valt.
Recht op duurzaam verblijf
Iedere burger van de Unie die gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar legaal op het grondgebied van het gastland heeft verbleven, heeft aldaar een duurzaam verblijfsrecht, voor zover geen verwijderingmaatregel tegen hem/haar genomen is geweest. Het duurzame verblijfsrecht is aan geen extra voorwaarden onderworpen.
Het is eveneens van toepassing ten aanzien van familieleden die niet de nationaliteit van een lidstaat bezitten en die gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar legaal in het gastland bij de burger van de Unie hebben gewoond.
Wanneer het duurzame verblijfsrecht eenmaal is verkregen, kan het slechts worden verloren door een afwezigheid van meer dan twee achtereenvolgende jaren uit het gastland.
Beperking van het inreisrecht en het verblijfsrecht om redenen van openbare orde, openbare veiligheid of volksgezondheid.
De E.U.-burger of één van zijn familieleden kunnen worden verwijderd van het grondgebied om redenen van openbare orde, openbare veiligheid of volksgezondheid.
Deze redenen mogen niet voor economische doeleinden worden aangevoerd. De om redenen van openbare orde of openbare veiligheid genomen maatregelen moeten in overeenstemming zijn met het evenredigheidsbeginsel en uitsluitend gebaseerd zijn op het gedrag van de betrokkene. Het gedrag moet een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormen.
Slotbepalingen
De lidstaten kunnen de nodige maatregelen nemen om een in deze richtlijn neergelegd recht in geval van rechtsmisbruik of fraude, zoals schijnhuwelijk, te ontzeggen, te beëindigen of in te trekken. Het bepaalde in deze richtlijn geldt onverminderd de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van een lidstaat die eventueel gunstiger zijn voor de personen waarop deze richtlijn betrekking heeft.
![]()







